Mystiek

Het onverklaarbare raadsel van Plotinus

Na de dood van Aristoteles in 322 voor Christus. bracht de oude westerse wereld vijf eeuwen lang geen grote filosofen voort. De grandeur en macht van Rome was over zijn hoogtepunt heen en de klassieke godheden verbleekten in het licht van de nieuwe godsdienst: het christendom.

Dan keert in de derde eeuw alle glorie van het oude Griekenland, uit de dagen van de grote Plato, terug in de geest van een nederig man, Plotinus genaamd. Hoewel sommigen van de geleerden na hem het niet eens waren met zijn ideeën en velen ze niet begrepen, ontving hij van allen het hoogste eerbetoon. In dit artikel laat Charles Getts ons kennismaken met het onverklaarbare raadsel van Plotinus.

Plotinus wordt zowel een van ’s werelds grootste mystieke filosofen genoemd als de grootste individuele denker in de tijd tussen Aristoteles en Descartes. Men meent ook dat zijn denken een grotere spirituele diepgang heeft dan dat van Plato wiens leringen hij zo bewonderde.

Hij voegde het vuur van inspiratie toe aan het neo-platonisme, de laatste school van de Griekse mythologie, en zijn naam wordt vaak gegeven als de stichter ervan in plaats van Ammonius Saccas. Na zijn dood hadden zijn geschriften, tot in de Middeleeuwen, grote invloed op het christendom.

Maar waarom – als de lovende woorden van deze latere geschiedkundigen kloppen – waren zijn ideeën en leringen schijnbaar voor de wereld verloren gegaan en was zijn naam aan weinigen bekend, behalve dan aan de leerlingen die geïnteresseerd zijn in oude filosofie.

Laten we eerst eens kijken naar de weinige feiten en de fragmentarische informatie over zijn leven die aan ons zijn overgeleverd. Daarna zullen we een klein gedeelte van zijn geschriften, waarin enige gedachten van zijn mystieke filosofie zijn neergelegd, bekijken en dit alles afzetten tegen de loop van de geschiedenis in die tijd. Misschien kunnen we dan tot een antwoord op dit raadsel komen.

Romeinse afkomst

Plotinus werd in het jaar 204 0f 205 in Lycopolis, in Egypte, geboren. Aangezien hij een Romeinse naam heeft, denkt men dat zijn ouders van Romeinse afkomst waren. Dit is giswerk omdat Plotinus nooit over zijn ouders of zijn persoonlijke leven sprak. Daar het uit zijn werk bekend is dat hij in reïncarnatie geloofde, is een bepaalde schrijver van mening dat zijn terughoudendheid op dit vlak duidde op zijn spijt en zelfs schaamte over het feit dat hij opnieuw op aarde geboren moest worden.

In zijn jeugd zou hij naar kennis hebben gezocht in de grote Egyptische stad Alexandrië, een centrum van wereldcultuur die zelfs de glorie van Athene overtrof. In Alexandrië stonden zowel joodse synagogen als tempels om de Egyptische goden te vereren; Griekse scholen waar idealistische theorieën werden onderwezen, wedijverden met de predikers van het christendom. Hier, in Alexandrië, vond de nu achtentwintig jarige Plotinus een leraar in de ideeën van Plato, Ammonius Saccas.

ammonius-saccas_240x360Saccas, die algemeen gezien werd als een door de godheid onderrichtte leraar, was ook de leraar van Origines die erkend wordt als een van de grootste geleerden van de wereld. Saccas liet geen geschriften na, maar was ongetwijfeld een ingewijde die veel wist over de verborgen leringen, waaronder de Egyptische mysteriën. Hij zou ook bekend zijn geweest met de Indiase religie.

Door een inleiding van Saccas over de leringen van Boeddah werd Plotinus waarschijnlijk geïnspireerd om meer over de Indiase en Perzische religies te weten te komen. Na tien jaar onder zijn briljante leraar te hebben gestudeerd, verliet Plotinus Alexandrië en vergezelde in 244 Keizer Gordianus III op een expeditie naar het Oosten.

Deze liep rampzalig af toen de Keizer werd vermoord en Plotinus daardoor gedwongen was naar Antiochië te vluchten. Later dat jaar trok hij naar Rome waar hij de rest van zijn leven verbleef.

Een school voor Mystieke Filosofie

In Rome stichtte Plotinus op veertigjarige leeftijd een school waar hij een mystiek-filosofische systeem onderwees, gebaseerd op de ideeën van Plato en Artistoteles en op zijn eigen ervaringen met kosmische openbaring als hij in een staat van verhoogd bewustzijn verkeerde.

Jarenlang gaf hij zijn onderricht alleen mondeling door, volgens de oude gewoonte van de wijzen der mysteriën en volgens die van zijn leermeester Saccas. Op deze wijze werd de geheime kennis alleen geschonken aan diegenen die bewezen hadden vertrouwde zoekers naar waarheid te zijn. Toen hij beroemd werd, liet hij zich echter overhalen om zijn gedachten en lessen op schrift te stellen.

In 263 kwam er een leerling uit Griekenland naar hem toe, genaamd Porfirius, en deze nam de taak op zich om de geschriften systematisch te ordenen. Hij rangschikte 54 van Plotinus’ verhandelingen in zes groepen van negen. Om deze redenen staat het gehele werk bekend als de Enneaden. Porfirius voegde aan de verzameling geschriften ook een korte biografie van Plotinus toe.

In de latere jaren van Plotinus’ leven in Rome krijgen we een glimp te zien van de persoon die hij was door de ontdekkingen dat zijn huis vaak vol was met weeskinderen die door rijke armvoogden aan zijn zorg waren toevertrouwd.

In de ontregelde hoofdstad van het ineen stortende Romeinse Rijk werden het huis en de school van Plotinus een toevluchtsoord en een plaats van vredige inspiratie voor vele edelen die beseften dat de dagen van Rome’s hoge aanzien voorbij waren.

De persoonlijke charme van Plotinus in zijn relatie met zijn gasten was zo opmerkelijk dat hij na verloop van tijd zelfs de gunst van Keizer Gallienus verwierf. Plotinus profiteerde van deze kans door de Keizer om hulp te verzoeken bij het vervullen van een persoonlijke droom.

Hij vroeg toestemming om een verwoeste stad In Campania te herbouwen en er een ideale stad van te maken die hij Platonopolis wilde noemen als eerbetoon aan de beroemde Griekse filosoof. De stad zou bestuurd worden aan de hand van filosofische ideeën van het aangeboren goede in de mens en diens ware verhouding tot de Volmaakte Ene.

Deze idealistische onderneming is geen werkelijkheid geworden, ofwel door jaloezie en intriges aan het hof of misschien gewoon doordat de Keizer van gedachten veranderde. In het jaar 270 werd Plotinus ernstig ziek. Hij leed aan een keelontsteking die volgens een van zijn biografen een vorm van melaatsheid was. Hij verliet Rome en betrok een huis in Campania waar hij op vijfenzestig jarige leeftijd overleed.

Wijsheid verwerven

Het is natuurlijk onmogelijk om in het bestek van dit artikel een uitleg te geven aan de hele filosofie van Plotinus. Hij ging veel verder dan het intellectualisme van de oude Griekse scholen en ontwikkelde het concept van een krachtig mystiek bewustzijn dat verdeeld is in slaap, droom en extase.

Hij meende dat dit de enige manier was tot begrip van en eenheid met het Goddelijke dat hij de Ene of het Goede noemde. Hij meende dat de mensheid nooit de wijsheid van deze Opperste Ene zou kunnen bereiken door een proces van uitsluitend verstand.

De bewustwording die Plotinus beschrijft, lijkt veel op die we in het boeddhisme, soefisme en hindoeïsme tegenkomen. Dit komt naar voren in de zinnen als, ‘opgaan in het Goddelijke’ en, ‘de mens behoudt niets van zijn ik ‘.

Porfirius vertelt ons dat Plotinus bij vier gelegenheden, in de tijd dat hij doceerde in zijn school in Rome, deze staat van eenwording met de Ene ervoer. Een andere bron vermeldt dat Plotinus drie van deze ervaringen had voordat Porfirius een leerling van hem werd. Hij zou dus in totaal zeven keer één hebben gevoeld met het kosmische bewustzijn.

Deze psychische openbaringen ontvangen in een staat van extase, die vergelijkbaar was met het nirvana, wijzen er duidelijk op dat Plotinus een ingewijde was en wel bekend met de verborgen mysteriën, hem ongetwijfeld onderwezen door Ammonius Saccas.

Waarschijnlijk zal degene die niet vertrouwd is met zoiets als ‘het Kosmische’ weinig begrijpen van die hoogst mystieke onthullingen. Ze mogen dan voor sceptici onlogisch lijken, in werkelijkheid zijn ze super logisch.

Het hindoe gezegde: “Dat zijt gij” ( Tat twam asi), is een van de diepste waarheden die de mensheid ooit heeft ontdekt, toch betekent het voor de niet-ingewijde helemaal niets en het komt hem misschien wel absurd voor*. Veel van de werken van Plotinus worden vanwege hun opperste logica en verborgen betekenis door dit zelfde onbegrip geplaagd.

Een van de leerstellingen van zijn filosofie was, dat ‘degene die ziet, zelf dát is wat gezien wordt’. De grote Duitse mysticus van de Dominicaner Orde, Meister Eckhart, zegt in zijn woorden hetzelfde: “De kenner en het gekende zijn één”. Ouspensky, de bekende Russische filosoof, legt de woorden van Plotinus als volgt uit: “Plotinus bedoelde dat het vermogen om te zien verbonden is met en een deel is van het bewustzijn”. Hij verwijst vervolgens naar de hindoeïstische indeling van het bewustzijn in slapen, dromen, wakker zijn en ‘turiya’ of Samadi. Deze laatstgenoemde staat noemt Plotinus een vorm van extase, het hoogste dat de mens kan bereiken.

In zijn Brieven aan Flaccus stelt Plotinus dat de ‘uiterlijke objecten ons alleen de verschijning laten zien’. Daarom, zegt hij, zouden we ons juister uitdrukken als we zeiden dat we over iets een mening hebben in plaats van dat we kennis erover bezitten. De waarheid kan voor hem niet in iets uiterlijks gevonden worden daar ze binnenin ons is.

Dit doet denken aan de woorden van de Christus: “Het koninkrijk Gods is in u”. Alle ideeën waaruit de wereld is gemaakt, zijn volgens de theorie van Plotinus aanwezig in ons eigen denken. Om werkelijke waarheid te bereiken moet ‘onze geest tot overeenstemming met zichzelf komen’.

Om dan nu tot onze vraag terug te keren: Waarom loste zijn naam op in de duisternis? In de eerste plaats moeten we begrijpen dat Plotinus niet alleen de laatste van de ‘ongelovige’ Griekse filosofen was, maar ook – hoewel dit niet wordt erkend – de eerste van de grote religieuze mystici van de christelijke kerk.

Zijn mystieke ideeën werden in de vierde eeuw opgenomen in de gekerstende westerse wereld via Augustinus en Dionysius in het bijzonder. In zijn boek De stad van God onthult Augustinus zonder meer de krachtige invloed van Plotinus op zijn denken, waar hij herhaaldelijk diens ideeën gebruikt om de spirituele aspecten van het Goddelijke te beschrijven.

Naar de mening van een van zijn biografen was de persoonlijke getuigenis van Plotinus wat betreft de waarheid van zijn mystieke openbaringen en de schoonheid van de geestwereld natuurlijk niet langer beschikbaar na zijn dood.

Zijn “ideale wereld kon niet meer bereikt worden door anderen. maar werd visioen-achtig, een soort droom”. Een andere schrijver zegt dat de ideeën van Plotinus – door middel van Augustinus, als spirituele bemiddelaar – tot op de dag van vandaag in het christendom zijn blijven bestaan.

En zo kwam het dat door een ironische kronkel van de geschiedenis het gedachtegoed van een groot mens uit de derde eeuw zelfs tot op heden voortbestaat, terwijl de naam van de persoon zelf al lang in vergetelheid is geraakt.

* Tat twam asi zegt op de meest kernachtige wijze dat er geen wezenlijk onderscheid is tussen het ware Zelf ( Atman) en het Absolute (Brahman)

 

Gerelateerde artikelen

Abonneer
Abonneren op
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle opmerkingen