Vrijmetselarij

Vrijmetselarij en Ethiek

Moraliteit heeft te maken met praktisch gedrag. Ethica is de wetenschap waarmee je moraliteit filosofisch kan verklaren en verdedigen. In deze tijd wordt het gesprek over moraliteit al snel teruggebracht tot een discussie over definities en wat precies beledigen is en ons recht om dat te mogen doen.

Wanneer een systeem van moraliteit wordt gereduceerd tot een systeem waar je leert tot welke grens je andere broeders mag beledigen dan is het niet vreemd dat de Orde der Vrijmetselaren een mediator-programma is begonnen.

Op het moment dat enige liefde ontbreekt of afneemt en je een ander niet meer in medemenselijke liefde benadert, beledig je feitelijk een mens in zijn of haar mens-zijn. Je onthoudt iemand iets dat je eigenlijk zou moeten verbinden. Dit is een belediging van jouw en zijn/haar mens-zijn. In het woord “beledigen” zit in het midden “ledig” en dat klopt zeker want zonder liefde is je wereld ledig… leeg.

Wat betreft beledigen is het de intentie of de waarde die er in of achter schuil gaat. Op het moment dat je daarmee iets of iemand uitsluit of zijn of haar vrijheid beperkt, dan overschrijdt je een grens van zuivere ethiek. In die zin gaat ethiek veel verder dan moraliteit. Het laatste is net als godsdienst vaak opgelegd, het eerste in een universeel en innerlijk diep menselijk weten hoe te handelen naar je innerlijke kennis.

Stelsel van Ethiek

Ethiek kan gezien worden als uitvloeisel van gnosis. Moraliteit soms en vaak niet. De vrijmetselarij is daarmee een stelsel van ethiek, deugdenethiek, en niet van moraliteit. Ethica zegt: ga van de gebaande wegen, ga je eigen weg, zoek je gnosis en laat de kudde voor wat de kudde is. Moraliteit kan dit ook maar loopt soms vast.

Zet je moraliteit min of meer neer als een ‘zo moet je het wel/niet doen’ /prescriptief of meer subtiel en abstract, als een inzicht wat iedere mens van binnen wel bij zich kan ontdekken en dat vooral zelf en in zijn eigen tempo moet doen.

Moraliteit kan je opleggen, maar het is beter wanneer de persoon zelf de (ethische) legitimatie van (zijn) morele bedrag heeft bepaald.

In de vrijmetselarij horen we bijvoorbeeld dat we moeten samenkomen, handelen en scheiden volgens de beginselen van de Waterpas, het Schietlood en de Winkelhaak.

Het is het samenzijn in Harmonie, het handelen volgens de Hoogste Wet en het uiteengaan in de Rechte Verhouding.

Dit is een ethische (hoogste wet) en morele (handelen) opdracht. Deze beginselen kunnen niet subjectief zijn maar alleen universeel. Vandaar ook het gebruik van kapitalen. Een concept als de Hoogste Wet kan niet subjectief zijn. Net zo min als Harmonie en Rechte Verhouding.

Wanneer een broeder subjectief bepaalt dat volgens hem harmonie en rechte verhouding is dat hij broeders mag beledigen of mag stelen van broeders dan snapt iedereen dat hij volgens de principes van de vrijmetselarij zich niet-broederlijk en dus niet-maçonniek gedraagt.

De opdracht is chronologisch. Wanneer vrijmetselaren bij elkaar komen dan dient de intentie te zijn die van harmonie. Tijdens de ontmoeting dienen we ons te gedragen volgens de hoogste wet, ofwel de hoogste morele principes en gedragingen (hoger dan menselijke wetten), welke vaak wordt samengevat met “behandel de ander (niet) zoals je zelf (niet) behandeld wilt worden”.

Tenslotte, na de ontmoeting dienen we uit elkaar te gaan in de rechte verhouding, ofwel de ontmoeting mag geen scherpe hoekjes hebben achtergelaten/getoond.

Schietlood, Waterpas en Winkelhaak

Je begint met het Schietlood. Daarmee peil je de diepste diepte maar ook de hoogste hoogte. Wanneer het op Harmonie aankomt (met kapitaal) dan gaat het natuurlijk om de hoogte en niet de diepte. Die hoogte ligt bij de OBDH. Dat dient qua Harmonie je ijkpunt te zijn.

Het handelen gaat volgens de Waterpas, dus balans houdend op de gulden middenweg van de emoties, begeerten en overtuigingen, en de ander daarbij als geheel gelijkwaardig te zien.

Je neemt afscheid met de Winkelhaak, het instrument waarmee je de zuiverheid van de kubiek meet. Wanneer je bij het scheiden onzuiverheden hebt ervaren op *jouw* kubiek dan dien je daarmee aan de slag te gaan zodat bij de volgende ontmoeting deze ruwheid meer vlak is geworden.

Liefde voor het Al…. sluit niets uit en omvat alles. hermetisch ‘systeemdenken’ dus vanuit liefde voor het geheel.

Rol van Ritualen

Randall Collins benoemt vier uitkomsten die bepalen of een ritueel succesvol is:

  1. Er is een gevoel van solidariteit en/of lidmaatschap ergens aan ontstaan
  2. Er is gebruik gemaakt van heilige symbolen of objecten
  3. Het individu ervaart een emotionele energie
  4. Er is een standaard voor de beleving van moraliteit overgebracht; goed-fout

Onze ritualen voldoen aan deze kenmerken, mits men zich hiervoor openstelt. De individuele deelnemer haakt aan in de grote ordening en vangt deze resonantie op, vervolgens beoefent hij deze in zijn dagelijkse praktijken.

De Gulden Regel

Een belangrijk uitgangspunt hierbij voor de vrijmetselaar de gulden regel en hoe hieraan voor te geven. De metselaar zoekt, naar buiten, op wat verbindt en neemt weg wat verdeelt en plaatst zich hiermee in het midden.

Naar binnen echter, graaft de metselaar diep in zichzelf en onderzoekt niet alleen het midden maar ook de periferie en neemt zijn inzichten als kostbare stenen mee naar zijn centrum (VITRIOL).

Moraliteit wordt daarmee open voor het transcendente tussen Zenith en Nadir staan indachtig van het licht waar je deel van uitmaakt.

Voor zover een standaard getypeerd kan worden is het een onbereikbaar doel zoals Plato verwoordde in zijn ideeën-leer. Een doel dat met je meetrekt, een soort hemelse volmaakte standaard die in de geest kan bestaan maar in de materiële wereld vrijwel onbereikbaar is.

Collectieve moraliteit

Als we kunnen spreken van niet-broederlijk gedrag of niet-maçonniek gedrag, en we gaan er vanuit dat de ene loge er niet heel veel anders tegen aankijkt dan een andere, kunnen we spreken van een collectieve moraliteit. Wanneer onze vereiste is dat een kandidaat iemand van goede naam is dan dienen we een collectief besef te hebben van wat ‘goed’ is.

Wanneer we verkondigen dat we goede mannen beter maken, dan dienen we een collectief gevoel te hebben van wat ‘goed’ en ‘beter’ is. Indien we dat niet hebben dan slaat 95 procent van wat we doen en zeggen nergens op en zijn we de meest onzinnige organisatie ter wereld.

Maar stel dat iemand aan de tempeldeur klopt en van goede naam is, vrij wil en van goede wil, maar het blijkt nadien dat hij in maçonnieke omgangsvormen erg matig ontwikkeld is. Zijn maçonnieke mores staat op een laag pitje maar hij werkt hier wel aan. Dan wordt een man van goede naam iets beter en is hij op de goede weg zonder dat we nog kunnen stellen dat hij bij een objectief doel of definitie is van “goed”.

Hoewel andersom geredeneerd er – Plato in gedachten houdende – een universeel idee of vorm van “goed” kan zijn. Anders kunnen we wel zeggen dat nog niet een volledig goed is, maar gelukkig wel constateren dat hij steeds meer mens wordt en daar gaat het om.

Dit kan per cultuur, per tijd zelfs in de ontwikkeling en beleving verschillen. Maar zelfs per plaats van een loge in Nederland. Dat is het dubbele aan de vrijmetselarij; er is enerzijds dat sterke groepsgevoel, maar anderzijds ook de opdracht in het Westen. Mooi om te zien hoe de rituelen hierbij een verbindend en overbruggend element kunnen zijn.

Gebundelde gemeenschap

De term ‘gebundelde gemeenschap’ die in sommige maçonnieke ritualen wordt genoemd, is een interessant gegeven. Hier komt mogelijk moraliteit bij kijken als set van gedragsregels voor een subgroep.

De Gezel moet goede arbeid verrichten, wat niets anders is dan (praktische) moraliteit. En hij moet zijn leven in dienst stellen van deze goede (arbeid), daarbij voor ogen houdend dat hij behoort tot een hechte groep soortgenoten.

Zou er in het verleden niet consensus zijn geweest over de invulling van de ‘goede arbeid’? En is de Gezel vrij in de invulling van dit ‘goede’ en/of alleen de praktische uitvoering ervan in het Westen? Hij dient zich immers aan het ‘Bouwplan van de Meester te houden’. Dus iets, mogelijk de invulling van ‘goede arbeid’, is al grotendeels bepaald.

Dat ligt al vast in de collectiviteit en in het individu als een diep verborgen innerlijk weten, als bedekte kennis om te ontdekken. De bijna niet te verwoorden definitie van het ware, het schone en het goede is in vormen, in beelden en energie in de mens vastgelegd. Geboren uit de Geest, leven in een lichaam zal de ziel als middelaar deze kennis mogen ontsluiten.

Weg naar zelfrealisatie en zelfkennis

Dat beeld, die vorm en idee zal in de kern niet wezenlijk per individu afwijken omdat het over tijdloze, eeuwigdurende waarden gaat die zijn besloten in het Ene. De ware weg naar zelfrealisatie en zelfkennis loopt in die zin niet alleen via je Zelf maar ook via het Zelf van een ander, dat hetzelfde Zelf is. Want alles is een en niets is deelbaar, al denken we van wel omdat we leven in de omgeving van materie.

Frans Maas heeft een mooi model over spiritualiteit en beleving gemaakt waarbij hij de fundamentele attitude centraal stelt. Deze is het product van de interactie tussen vier componenten:

  1. Fundamentele inspiratie
  2. Cultuur/zeitgeist
  3. Zelf
  4. (spirituele) Beoefening.

Hiermee heeft hij de basis gelegd voor een dynamisch model dat op een analytisch conceptuele wijze een beeld en overzicht geeft van hoe spiritualiteit tot stand komt. Het wordt hiermee in een persoonlijk, sociaal en religieus kader geplaatst.

Hoewel we kunnen discussiëren of de vrijmetselarij spiritueel is of er een spiritueel component in ligt besloten (en in welke mate) kan dit model toch aardig gelegd worden op de weg die we binnen de vrijmetselarij afleggen om te komen tot het worden van een beter mens (fundamentele attitude).

Een fundamentele attitude begint dus bij Ken Uzelve als fundament en hiermee als Gezel de wereld ingaan vanuit dit fundament. Dan stel je je in op wat je opdracht is, en doe je niet waar je lekker zelf zin in hebt, maar is je fundament de ethische interactie praktisch in moraal vormgegeven.

Dat maakt een verbinding los: religare, dus een diep religieus gevoel. Daarom kan de vrijmetselarij gezien worden als zeer spiritueel. Dit is de punt van de vijfpuntige ster. De Quintessens.

 

Gerelateerde artikelen

Abonneer
Abonneren op
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle opmerkingen