Waarom in de vrijmetselarij Schoonheid hoger is dan Wijsheid 1

Waarom in de vrijmetselarij Schoonheid hoger is dan Wijsheid

Waarom is in de vrijmetselarij in de trits van de drie kleine lichten Wijsheid, Kracht en Schoonheid, Schoonheid het allerhoogste? Er gaan stemmen op in de vrijmetselarij om Schoonheid te vervangen met Wijsheid waardoor de trits zou worden Schoonheid, Kracht en Wijsheid. In dit artikel gaan we dieper in op het begrip Schoonheid en waarom deze de hoogste is van de drie kleine lichten.

Laten we als eerste de vraag proberen te beantwoorden wat schoonheid eigenlijk is. Socrates stelde deze lstige vraag aan de mensen in het oude Athene. Hij kreeg nooit een bevredigend antwoord.

Het Griekse woord dat gewoonlijk met “mooi” wordt vertaald, is kalon. In het Zomer Sint Jan-rituaal van de Amsterdamse loge fondatrice Concordia Vincit Animos horen de broeders de volgende dialoog:

Achtbare meester: Broeder Redenaar, wat is het Geheim der Vrijmetselarij?

Redenaar: Het is het Geheim der Hoogste Levenskunst, de Koninklijke Kunst.

Achtbare meester: Wat is de naam van deze Koninklijke Kunst?

Redenaar: Schoonheid…, want in de Schoonheid is begrepen de Heelheid, dat is de Heiligheid, het Ware en het Goede. Zoals de Grieken spraken van Kalon Agathon, het schone en het goede, zo is het hoogste wat de Vrijmetselaar is gegeven na te streven: het Licht der Schoonheid, waarvan de Achtbare Meester in het Oosten getuigt dat het altijd was, en is en wezen zal.

Zoals vaak het geval is met vertalen, betekenen “mooi” en “kalon” niet precies hetzelfde. De grote filosoof Plato beschrijft eerder een kunstwerk of de fysieke schoonheid van een gezicht als kalon dan iets abstracts als de natuur. Soms heeft kalon de connotatie van ‘nobel’ of ‘bewonderenswaardig’.

In Plato’s Symposium wordt wijsheid beschreven als kalon, wat het woord een ethische bijklank geeft. Soms wordt het woord ‘fijn’ gebruikt om kalon te vertalen in plaats van ‘mooi’. Het wordt kalon vertalen, is dus vrij lastig. In plaats van het woord filologisch te benaderen, kunnen we voor duiding in de vrijmetselarij het beter filosofisch benaderen.

Twee gezichtspunten op schoonheid: vorm en symmetrie

In de Dialogen vormt Plato twee ogenschijnlijk tegenstrijdige theorieën over schoonheid. In de Grotere Hippias, of Hippias Major, ontwikkelt Plato het idee van schoonheid als een Begrijpelijke Vorm. De Vormen-leer is een integraal onderdeel van de platonische metafysica.

De Vormen vertegenwoordigen elementen van een geïdealiseerde, archetypische of goddelijke werkelijkheid. Er zijn bijvoorbeeld de archetypische vormen van Gerechtigheid en van Wijsheid, waarvan menselijke gerechtigheid en wijsheid slechts afgeleide, imperfecte versies zijn. Van de archetypische Vormen neemt de Vorm van Schoonheid een unieke plaats in.

Als een archetypische Vorm bestaat Schoonheid buiten – of boven – het begrip “mooi”. Alles wat schoonheid heeft, wat tot op zekere hoogte alles is, neemt deel aan de archetypische Vorm van Schoonheid. Dit geeft een antwoord op de vraag van Socrates aan Hippias, hoe Hippias weet wanneer iets mooi of lelijk is.

Als een mens de Vorm van Gerechtigheid bezit dan is de persoon rechtvaardig. En wanneer iemand de Vorm van Wijsheid bezit dan is de persoon wijs. Dus dan moet iemand die de Vorm van Schoonheid bezit mooi zijn. Maar dit is niet het geval.

De Vormen van Gerechtigheid en Wijsheid zijn voor Plato echt bestaande dingen en niet alleen metaforische of psychologische constructies. Maar de Vorm van Schoonheid is niet hetzelfde als de andere Vormen. De Vormen bestaan in het noerische of intellectuele niveau van het bestaan en ze zijn de producten van het goddelijke.

In zijn Symposium beschrijft Plato wijsheid, die zelf het product is van een Vorm, echter ook als “mooi”. Dit impliceert dat Schoonheid op de een of andere manier groter en hoger is dan Wijsheid. In meer technische bewoordingen is schoonheid ontologisch voorafgaand aan – of ontstaat vóór – Wijsheid.

Als dit namelijk niet zo was, dan zou Wijsheid nooit kunnen deelnemen aan Schoonheid zoals het volgens Plato wel doet. We zouden dan wijsheid nooit als “mooi” kunnen omschrijven, aangezien wijsheid in dat geval voorbij schoonheid zou gaan.

De reden waarom Schoonheid superieur is aan Wijsheid, is vanwege haar verbinding met het Goede. Het begrip “het Goede” is een van de manieren waarop platonisten God begrijpen en beschrijven. De relatie tussen het goddelijke en het goede kunnen we zien in het feit dat mooie dingen ook heilzaam of goed zijn:

Socrates: Dus we komen tot de conclusie dat mooie lichamen en mooie levensregels, en wijsheid, en alle dingen die we zojuist noemden, mooi zijn omdat ze heilzaam zijn?

Hippias: Dat klopt.

De ‘dingen die we zojuist noemden‘ in het citaat hierboven zijn de begrippen ‘de krachtige’ en ‘de nuttige’. Zijn dingen die krachtig en/of nuttig zijn ook mooi? Ja, dat kunnen ze tenminste zijn, maar ze zijn op zichzelf niet mooi. Alleen als ze ook goed of heilzaam zijn, zijn ze mooi.

Omdat de Vorm van Schoonheid verbonden is met het goddelijke Goede is Schoonheid superieur aan alle andere Vormen. Hoewel de Vorm van Schoonheid de oorzaak van schoonheid is, is dit niet Plato’s enige definitie. In de Philebus laat Plato Socrates een ietwat ongebruikelijke beschrijving van schoonheid geven:

De schoonheid van figuren die ik nu probeer aan te geven, is niet wat de meeste mensen als zodanig zouden begrijpen. Het is niet de schoonheid van een levend wezen of een afbeelding wat ik bedoel. Maar waar het argument naar verwijst, is naar iets dat recht of rond is. Naar de mooie ronde vormen die een draaibank produceert of de rechte hoeken die de passer en winkelhaak van een timmerman produceren.
Dat soort dingen, beweer ik, zijn niet mooi zoals de meeste dingen in relatieve zin, maar ze zijn altijd mooi in hun aard, en ze brengen een vreugde met zich mee die heel anders is dan de vreugde die je voelt wanneer je jezelf krabt. En er zijn ook kleuren die deze eigenschap hebben.

Kosmos en Logos

De voorbeelden die Socrates geeft van mooie dingen, omvatten figuren die allemaal een hoge mate van symmetrie hebben. Hoe is schoonheid gerelateerd aan symmetrie?

Er zijn verschillende Griekse woorden die worden gebruikt voor “de wereld”. De meest voorkomende is kosmos. Dit woord heeft ook de betekenis van “ordening”. In het Grieks wordt kosmos gebruikt voor zowel “wereld” als “universum”, wat suggereert dat het universum een ​​bepaalde ordening heeft, een “wereldorde”.

De kosmos is geordend door middel van logoi. Het begrip Logos heeft verschillende betekenissen, zoals ‘woord’, ‘argument’, ‘reden’, ‘intelligentie’ of ‘verhouding’. Veel de betekenissen suggereren een soort symmetrie of harmonie (harmonia).

Harmonia komt van een grondwoord dat ‘verbinden” betekent. Dus een proportionele en intelligente samenvoeging van losse delen tot een passend gerangschikt geheel, de kosmos. Dit is wat in de vrijmetselarij wordt verwoord in de opdracht voor vrijmetselaren om te zoeken naar datgene wat verbindt. Vrijmetselaren dienen de Harmonia in de Kosmos te zoeken via de Logos.

Daarom horen we in de vrijmetselarij ook het volgende:

Achtbare meester: In den beginne was de Logos, dat was het Licht. In dat Licht leven en streven wij. Het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet overwonnen.

Schijnbare tegenstrijdigheid

De vraag blijft, als schoonheid een vorm is, hoe kan schoonheid dan symmetrie of proportie zijn? Deze vraag weerspiegelt een schijnbare tegenstrijdigheid. Een archetypische Vorm is voor haar bestaan ​​niet afhankelijk van iets fysieks. We kunnen namelijk zeggen dat de Vorm van een stoel bestaat, ongeacht of er fysieke stoelen nu zijn, ooit zijn geweest of ooit zullen zijn. Een stoel is gewoon een bepaald en onvolmaakt beeld van de Vorm van een stoel.

Proportie of symmetrie vereisen meestal fysieke dingen. De linkerkant van iets kan symmetrisch zijn met de rechterkant. Een groep objecten kan zo bij elkaar worden geplaatst dat hun proporties mooi zijn.

Waarom in de vrijmetselarij Schoonheid hoger is dan Wijsheid 2
Pythagoras met zijn Stelling

Plato was een volgeling van Pythagoras. Het centrale kenmerk van de leer van Pythagoras is het gebruik van getallen. Door geometrische figuren te gebruiken, verbindt Plato de ideeën van harmonie en symmetrie, die inherent zijn aan de Vormen, met getallen, welke de basis zijn van de geometrie. Het belang van de geometrie van Pythagoras komen we in de vrijmetselarij tegen in het belangrijke symbool van de Stelling van Pythagoras.

Volgens de neoplatonist Jamblichus zijn er verschillende soorten getallen. De ‘idee-getallen’ zijn identiek aan de platonische vormen, ze zijn namelijk de archetypische Vormen van getallen. De schijnbare tegenstrijdigheid is nu opgelost. Hoewel symmetrie en proportie eigenschappen zijn van fysieke dingen, is hun basis te vinden in de wereld van de Vormen. Proportie en harmonie, als de essentie van wat mooi is, vinden hun oorsprong in de Vorm van Schoonheid.

Wat is mooi?

Schoonheid heeft zijn wortels in de Vorm van Schoonheid. Dat wat mooi is, is dat wat harmonie, proportie en symmetrie heeft. Hiermee kunnen we Schoonheid in haar meest abstracte vorm begrijpen, maar het helpt ons niet met wat wel en niet mooi is in de zintuiglijke wereld.

Laten we een voorzichtige uitspraak doen over wat mooi is. Datgene dat “mooi” is, is datgene wat deelneemt aan de archetypische Vormen, die allemaal onder toezicht staan – zo niet gecreëerd zijn door – de Opperbouwmeester des Heelals (Demiurg). Alles wat direct de creatie is van de Opperbouwmeester neemt tot op zekere hoogte ook deel aan de Vorm van Schoonheid. Dat wil zeggen, alle archetypische Vormen bevatten een element van schoonheid.

In de Timaeus vertelt Plato ons echter wat het mooiste is. Bij het beschrijven van de schepping van de fysieke wereld, zegt Plato dat de Opperbouwmeester des Heelas ook het ‘essentiële levende wezen’ schiep. Dit Essentiële Levende Wezen, als een directe creatie van de Demiurg, is het mooiste van alles. Dit Essentiële Levende Wezen bevat volgens Jamblichus “alle andere levende wezens”. Hiermee zien we dat levende wezens – alle levende wezens – de mooiste van alle dingen in de schepping zijn.

Conclusie

In de opstelling van de drie kleine lichten in de werkplaats van een vrijmetselaarsloge zien we een directe vertaling van de platonische filosofie. Van de drie kleine lichten staat Schoonheid het dichtste bij de Opperbouwmeester des Heelals. Want alleen op dit hoogste niveau in het Oosten kan de Opperbouwmeester de schoonheid van het goddelijke Goede meegeven aan alles in de creatie in het Westen. Het kleine licht Schoonheid dient dus van alle kleine lichten het dichtste bij het Oosten te staan.

Online cursus om praktisch aan de slag te gaan

Vergelijkbare berichten

Abonneer
Abonneren op
guest

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

1 Reactie
oudste
nieuwste meest gestemd
Inline Feedbacks
Bekijk alle opmerkingen
Eugene Hansen
3 maanden geleden

Heel mooi geschreven, krachtig betoog! Dank